Reisissue, Reisverhaal
Comment 1

“Give me candy!”No.

Boys in Gambia

Of ik een zak snoep van hem wil kopen, vraagt een man met mooie donkerbruine dreadlocks en een zonnebril nadat ik de taxideur achter me hebt dichtgegooid.  We zijn aangekomen in de haven van Banjul, Gambia. Ergens tussen deze krioelende mensenmassa moeten we de lokale boot zien te vinden die ons naar de andere kant van de rivier brengt. De zak snoep wordt me nog eens onder de neus geduwd.

‘Snoep’, verklaart de man nog eens, ‘voor de kinderen.’ Ik frons en bedank. We lopen door. Stug loopt hij mee. ‘Anders heb je niets om aan de kinderen te geven’, dringt hij aan. Een vleugje irritatie? Prompt staat er een jongetje van een jaar of (ik ben hier heel slecht in) zes naast me. Gaten in zijn T-shirt, geen schoenen, waterige oogjes, dat allemaal.  ‘Zie je nu wel.’ Een triomfantelijke glimlach breekt door op het gezicht achter de zonnebril terwijl hij me nog eens een zak snoep onder de ogen houdt. Het jochie hupt van opwinding op en neer. ‘Anders gaan ze bedelen om geld. Dat wil je toch niet?’ Oké, genoeg gehoord. Ik weiger en loop door.

Spekjes en schriftjes

Ik heb het eerder, tijdens een reis door oostelijk Afrika, met groeiend ongemak aangekeken. Hoe toeristen ineens blanke weldoeners worden. Aan alle kanten werd troep uit de auto gegooid. Vrouwen die langs de weg houtskool verkochten, kregen zakjes spekjes toegeworpen. Nadat ze de vreemde zoete substantie voorzichtig in hun mond staken na daartoe te zijn aangezet door de in beige en kaki gehulde witte mannen en vrouwen achter het raam van de grote truck, kwamen de pennetjes, schriftjes en stickertjes voor de kinderen. ‘Oh wacht! Ik heb nog een ballon in mijn tas’, riep iemand. De peuter keek vervreemd naar het stukje rubber in zijn hand. De toeristen zakten weer op hun stoel. Zo. Goede daad, check. Ik had me omgedraaid, dit toneelstuk was niet om aan te zien.

Toneelstukje

In Gambia zijn de toneelspelers goed voorbereid. Of liever:  voorzien zij de toeristen graag van de noodzakelijke rekwisieten. Het is een ware niche in de toeristenindurstrie.  Hier hoef je niet meer tassen vol snoepjes, pennetjes en ballonnen het land in te sjouwen. Gemak dient de mens dus wordt het op de hoek van de straat verkocht. Aan de luxe zonnebril te zien in de haven is het geen onverdienstelijk beroep.

Scheef ongemak

Waarom vind ik dit zo intens ongemakkelijk? De verhoudingen zijn toch ook scheef? Ik sta hier toch ook met mijn blanke toet, met duidelijk geld voor een reis naar een ver Afrikaans oord -anders stond ik niet in de haven van Banjul- en om het af te toppen met een Nikon om mijn schouder tussen mensen die misschien nooit een reisje zullen maken. En dat is waarschijnlijk hun minste zorg. Gambia heeft één van de zwakste economieën ter wereld. Maar ik weet waarom ik het doe. Ik wil niet dat kinderen opgroeien met het idee dat bedelen loont. Ook al is het maar een pennetje. Of snoepje. ‘Give me money’, roept een klein grietje mij iets verderop de straat toe. ‘Or candy’,  probeert ze daarna. Onze gids wijst haar in een paar rappe woorden Mandinka terecht, waarop ze afstand houdt.  Even kijkt ze beteuterd, en dan zwaait ze ons vrolijk uit. Ik zwaai terug. De zonnebril staat schuin achter haar. Hij heeft net twee zakken snoep verkocht.

PRAKTISCHE INFO:
Beste reistijd: november t/m april
Geldzaken: je kunt alleen geld opnemen met een credticard in Gambia. Neem contact geld mee en wissel het in etappes (je krijgt een enorme stapel biljetten terug).

Tips en verder lezen over Gambia:

Advertisements

1 Comment

  1. Pingback: 5 highlights: Gambia | Not by the travel book

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s